6e BNPG congres in Enhuizen
Van 22 tot en met 25 april 2026 stond Enkhuizen in het teken van het zesde congres van de Baltic- and North Atlantic Pottery Group (BNPG). Zo’n 75 archeologen en keramiekspecialisten uit dertien Europese landen kwamen bijeen om kennis uit te wisselen over gebruikskeramiek na 1200. Met lezingen, een workshop, stadswandeling en excursies naar archeologische depots werd de Nederlandse keramiektraditie in een breed Europees perspectief geplaatst.
Enkhuizen als congreslocatie
In 2024 werd tijdens de vijfde bijenkomst van de BNPG besloten om de zesde sessie in Enkhuizen te organiseren. De reden hiervoor was dat het tijd werd om op een inter-Europees podium te laten zien wat in Nederland de afgelopen jaren aan voortgang is geboekt op het gebied van onderzoek naar gebruikskeramiek in de periode na 1200. Mede doordat Enkhuizen bekend is vanwege de vroeg 17de-eeuwse productie van de Werra-bakkerij en vanwege de ligging in het werkgebied van de groep, bleek het een ideale locatie. Daarbij kwam dat van de uitgelezen plek van De Drom gebruik kon worden gemaakt. Deze laatmiddeleeuwse verdedigingstoren beschikte over genoeg zalen en faciliteiten om het congres onder te brengen.
De rol van Stiawf in dit geheel was het financieel mogelijk maken van dit congres. Onze stichting vroeg bij diverse partijen subsidie aan en kreeg die ook. De deelnamegelden werden via de stichting geïnd en de facturen werden via de stichting betaald. De inhoudelijke organisatie van het congres was in handen van Arno Verhoeven, Erki Russow en Torbjörn Brorsson. Michiel Bartels had de eindverantwoordelijkheid..
De deelnemers waren behalve uit Nederland afkomstig uit Oostenrijk, Duitsland, Denemarken, Zweden, Noorwegen, Finland, Polen, Letland, Estland, België, Schotland, Engeland en Spanje.


Een historische kennismaking met Enkhuizen
Op de eerste middag van het congres werd voor de vroeg aangekomen deelnemers een stadwandeling georganiseerd, beginnend bij het stadhuis op de Breedstraat. Men verbaasde zich erover dat zoveel 17de-eeuwse gebouwen in goed onderhouden staat nog overeind stonden. Diverse plekken in de binnenstad werden aangedaan, waaronder de locaties van de opgravingen van de laatste paar jaar zoals de David-Romeinstraat.
Dankzij medewerking van de bewoners van het Spaans Leger/Driebanen, kon de locatie van de Werra-bakkerij van Dierck Claes Spiegel worden bezocht. Op de plek zelf is overigens niets meer te zien.
De excursie eindigde in het Waaggebouw, de 16-17de-eeuwse locatie van de waag en de chirurgijnsschool aan de Kaasmarkt. De aangekomen deelnemers konden elkaar hier ontmoeten voor een welkomstdrankje. De locatie kon voor deze speciale gelegenheid worden gebruikt van de Verenging Oud Enkhuizen. De deelnemers waren bijzonder onder de indruk van het gebouw en de aanwezige details zoals de Wunderkammer en de gebrandschilderde gilde-ramen.
Lezingen en workshop in De Drom
Het hoofdprogramma, de lezingen en de workshop, vond plaats op 23 en 24 april. Geteld over twee dagen bezochten 75 deelnemers het congres. De burgemeester opende het congres door een speech te houden en ons veel leerzaam succes te wensen.
Speciaal voor deze gelegenheid had de Provincie Noord-Holland in de persoon van Wytze Stellingwerf een in de Drom pop up tentoonstelling georganiseerd met een aantal vitrines met het meest exclusieve Enkhuizer keramisch vondstmateriaal. De Provincie beheert namelijk als wettelijke taak de archeologische collectie van de gemeente Enkhuizen.
De aftrap van het congres werd gedaan door de Nederlandse lezingen. Aleike van de Venne en Nina Jaspers hielden een inleiding op het ‘Deventer Systeem’. Deze methodiek wordt door heel Nederland en een deel van Vlaanderen gebruikt om laat- en postmiddeleeuwse keramiek en glas te beschrijven.
Dat kon op veel bijval rekenen. Omdat na 1200 de productie van keramiek op meso-niveau qua uiterlijk tamelijk is gestandaardiseerd, is het voor een klein en dichtbevolkt land als Nederland mogelijk gebleken om een systematiek in te voeren die overal gelijk is. Hiermee wordt het vergelijken en daarmee analyseren van vondstcomplexen mogelijk.
In alle omringende landen is dat niet zo, hetgeen tot vaak Babylonische spraakverwarring leidt omdat binnen een land verschillende gebieden, onderzoeksinstellingen eigen standaarden aanhouden voor identieke objecten. Anderzijds is de hoeveelheid importen van keramiek in Nederland zo groot dat deze specifieke goederenstromen, zoals bijvoorbeeld Chinees porselein, vrij standaard en daarmee goed te duiden zijn.
Europese kennisuitwisseling en een praktische workshop
De hele dag door werden door de buitenlandse onderzoekers verschillende lezingen gehouden waarbij in veel gevallen de link naar Nederland werd benadrukt. Aan het eind van de dag hield Wytze Stellingwerf een workshop over het herkennen en duiden van postmiddeleeuwse keramiek uit West-Friesland en Enkhuizen.
Deze soepel lopende en begrijpelijke workshop, waarbij in kleine groepjes de archeologen aan tafels zaten met in hun midden een hands-on collectie, viel bij de deelnemers in goede aarde. Eindelijk konden zij het echte materiaal zien en vasthouden.
Gedurende de dag werd de groepsfoto staand voor De Drom gemaakt. Ook het uitzicht over de historische stad en de voormalige Zuiderzee vanaf het dak van de Drom kon op veel bijval rekenen.
In de avond werd met de hele groep gedineerd in het Peperhuis, de historische locatie aan de Wierdijk.


De tweede congresdag
De tweede dag werden de lezingen voortgezet, waarbij regelmatig een duidelijke link werd gelegd naar de Werra productie in het Duitse kerngebied en die in Enkhuizen.
Excursie naar Batavialand en Amsterdam
Traditioneel wordt bij de BNPG de zaterdag besteed aan excursies. Omdat het weer aanhoudend fraai bleef, werd een goede indruk verkregen van de -zeker voor buitenlanders- bijzondere omgeving van water, dijken en polders.
Over de Houtribdijk werd naar Lelystad gereden. Daar bezochten de deelnemers het scheepsarcheologisch depot van Batavialand. Joran Smale van de RCE leidde de groepen rond. De deelnemers keken hun ogen uit naar de scheepsinventarissen opgegraven in de drooggevallen polders. Daarnaast werd een bezoek aan het museale deel van het museum gebracht.
Het laatste deel van het programma bestond uit een bezoek aan het archeologische depot van de Gemeente Amsterdam in het Westelijk Havengebied. In een ruime loods beheert de gemeente hier haar vondsten.
Na een smakelijke lunch werd de groep in tweeën gedeeld. Ron Toussain leidde de groep rond in het depot, wijzend op de bijzonder stukken uit de koopmansstad. Ranjith Jayasena hield voor de andere helft van de groep een lezing over de recente archeologie van Amsterdam en de ontwikkeling van de materiële cultuur. Hierbij werd ook de link naar het Deventer-Systeem gelegd.
Daarmee was met dit betoog hoe het materiaal daadwerkelijk uit de grond komt, voor de archeologie van laat- en postmiddeleeuwse Nederland de cirkel rond.
Een geslaagd congres
De deelnemers werden per bus afgezet op station Sloterdijk. De excursie eindigde naar volle tevredenheid en in prachtig weer op station Enkhuizen.
Over twee jaar wordt de zevende editie van het BNPG-congres gehouden in Gdànsk / Danzig aan de Oostzee in Polen.
Michiel Bartels


www.bnpg.eu
Baltic- and North Atlantic Pottery Group